konijnen liefhebbers

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

verzorgen

verzorgen

Konijnen zijn van huis uit groepsdieren, echter is het niet verstandig om meerdere dieren in een ren te houden. Konijnen kunnen rivaliserend gedrag gaan vertonen in kleinere ruimtes, wat uit kan lopen op hevige gevechten. Dit is niet per definitie zo, maar meestal wordt aangeraden om twee konijnen te houden. Als je aan twee dieren wilt beginnen is de beste combinatie een gecastreerd mannetje met een gesteriliseerd vrouwtje. Redenen om een voedster (al is de ram gecastreerd) toch te laten steriliseren: Tegen die tijd dat een voedster 4-5 jaar is heeft zij - mede afhankelijk van het ras - een kans van 50-80% om te sterven aan baarmoeder(hals)kanker. Het bakerpraatje dat dit niet zo zou zijn als zij een nest heeft gehad moet krachtig uit de wereld geholpen worden. Aantasting van de baarmoeder door kanker en ontstekingen is helaas zeer veel voorkomend. Dring er dan ook op aan dat bij sterilisatie OOK de baarmoeder (al is het maar deels) wordt verwijderd - want dit is niet altijd standaard het geval. Konijnen kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok. Konijnen kunnen wel tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid, felle zon en vrieskou. Je kunt dus beter je konijn in de winter in een schuur zetten waar het niet zo koud is. Je moet het konijn nooit vanuit een koude schuur zo bij de warme kachel zetten want de kans is groot dat hij het dan niet overleeft. Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. De dieren zijn erg schoon en verspreiden geen nare luchtjes, zolang je de kooi maar op tijd schoon maakt. Omdat konijnen veel lichaamsbeweging nodig hebben moet je ze regelmatig los laten lopen in een grote (buiten)ren of in de kamer, zolang de dieren niet bij giftige planten en bedrading kunnen komen. Bedrading kan worden weggewerkt in plinten en goten. Konijnen zijn uitzonderlijk zindelijke dieren. Het is overbodig om ze in bad te doen. Je moet je konijn iedere week even borstelen. Dit is goed voor de bloedsomloop van het konijn en de oude haren worden verwijderd. De tanden van het konijn groeien altijd door en ze moeten dus af kunnen slijten. Het beste is veel hooi en takken waarop ze kunnen knagen. Te lange tanden hinderen het konijn bij het eten. De nagels van het konijn moet je elke twee ŗ drie maanden knippen. Het beste is om kleine stukjes van zoveel mogelijk verschillende groenten tegelijk te geven, in plaats van veel van ťťn soort groente. De wilde konijnen in de natuur eten ook heel gevarieerd en eten overal een klein beetje van. Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, veldsla, broccoli, venkel, bleekselderij, knolselderij, koolrabi, wortelen en wortelloof, het loof van radijsjes, blaadjes witlof, paksoi, waterkers, aangevuld met een takje peterselie of selderie. Er zijn in de natuur nog veel meer kruiden en planten die goed zijn voor konijnen, als weegbree, wilde achillea, herderstasje, boerenwormkruid, absint, de bloemen en het blad van de paardenbloem, brandnetel etc. De jonge toppen van de brandnetel zijn zeer gezond, maar ze moeten wel eerst een dag liggen om de "brand" eruit te laten gaan. Groenten die niet gegeven moeten worden: prei, ui, bieslook, bonen, erwten, maÔs, vaste kool, spruitjes. Teveel klaver geeft ook problemen, net zoals veel nat gras. Afgemaaid gras mag nooit gegeven worden, geplukt of geknipt lang gras wel. Met koolsoorten en sla moet je voorzichtig zijn, omdat een konijn daar heel snel gasvorming van krijgt, wat ook weer dodelijk kan zijn. Het is beter om van de koolsoorten beetje bloemkool en 's winters boerenkool te geven.

brouwnie

brouwnie

brouwnie mag elke dag los lopen in de tuin hij vind dat natuurlijk geweldig hij is ook een keer naar een vrouwtjes konijn geweest en pas heeft de vrouwtjes konijn 3 jonkies gekregen maar op de 1 ste dag ging er 1 dood :( na 4 dagen de anderen en na 5 dagen de laaste dat is erg jammer maar we gaan nog een keer proberen en dan hopen op 14 konijnen !!! maar het is heel normaal dat je konijnen dood gaan dat is voor de konijn ook erg moelijk wie wilt er nou een kind verliesen op de zelfde dag !!!

uiterlijk

uiterlijk

Konijnenrassen variŽren zeer van grootte, kleur, vachtlengte en de stand van de oren. Een groot ras zoals de Vlaamse reus kan meer dan acht kilogram wegen bij een kop-romplengte van minimaal 65 centimeter, terwijl dwergkonijntjes nauwelijks een kilogram wegen. Het gewone konijn weegt ongeveer anderhalf tot twee kilogram. Tamme dieren kunnen allerlei kleuren hebben: wit, bruin, roestbruin, zwart, grijs, blauw, agouti, etc. Ook zijn er dieren met meerdere kleuren en opvallende tekeningpatronen, als gevlekte konijnen. Over het algemeen hebben tamme konijnen een korte vacht, maar het Angorakonijn heeft juist een snelgroeiend wol. Kruisingen tussen wilde en tamme konijnen brengen meestal sterke, veelbehaarde jongen voor die ook allerlei kleuren kunnen hebben.

wild konijn

wild konijn

Het wild konijn heeft een kop-romplengte van 34 tot 50 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,2 tot 2,5 kilogram. Het staartje is 4 tot 8 centimeter lang. Wilde konijnen hebben voornamelijk een grijsbruine kleur, wildkleur of agouti genaamd. De dieren hebben ook een roodbruine vlek in de nek. De oren hebben een bruin puntje, de bovenzijde van de staart is zwartbruin. De buikzijde is blauwig grijs van kleur, de onderzijde van de staart is wit. Deze valt zeer op als hij wordt opgewipt. Bij het wilde konijn zijn de oren minder lang dan de lengte van de kop.

de beneluxe

de beneluxe

Het konijn kwam in Nederland en BelgiŽ veel voor in zandstreken, bossen en duinen, tot in 1954 door myxomatose de populatie daalde en op vele plaatsen het dier verdween. Vanaf 1994 daalt de populatie in Nederland weer. In 2004 was er nog maar eenderde over van het aantal uit 1994. Ditmaal is waarschijnlijk een dodelijke variant van het RHD-konijnenvirus de belangrijkste oorzaak. Ook de infrastructuur, de toenemende bebouwing van het biotoop, myxomatose en de jacht spelen een grote rol bij de achteruitgang. Konijnen komen zelfs voor in grote steden zoals Amsterdam. In BelgiŽ wordt het konijn bijna overal aangetroffen, uitgezonderd in Brussel en een klein deel (in het Noordoosten) van Vlaams-Brabant. Ook in sommige versnipperde stukjes van West-Vlaanderen is het konijn niet thuis. Aangezien een groot deel van Vlaanderen een zanderige bodem heeft (waar het konijn graag in graaft) komt het konijn ook aan de kust voor en zijn er slechts enkele plaatsen waar het konijn niet aangetroffen wordt.

AustraliŽ

AustraliŽ

In AustraliŽ is het konijn in 1859 door de Engelsen uitgezet voor de jacht. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden en de snelle voortplanting ontwikkelde zich al snel de Australische konijnenpopulatie tot een ware plaag. Tegenwoordig leven daar meer dan tweehonderd miljoen wilde konijnen. Dit heeft kwalijke gevolgen voor het land: hele stukken land worden kaalgegeten, waardoor inheemse diersoorten bedreigd worden omdat hun voedsel en schuilplaatsen verdwijnen. Ook ondervinden landbouwgebieden veel schade van het konijn. Toen bleek dat het konijn niet met jacht onder controle te houden was, werden natuurlijke vijanden als de vos uitgezet. De vos eet echter ook inheemse dieren. Later zijn specifieke dodelijke konijnenziekten als myxomatose naar het land gebracht om de plaag onder controle te krijgen. In sommige staten als Queensland is het verboden om konijnen te houden

wat weet je nu ?

wat weet je nu ?

oke nou weet je alles over konijnen en mijn konijnen maar wie ben ik ? ik ben femke ik ben 12 jaar geboren 25-04-1995 ik woon in zuid-holland

tam konijn

tam konijn

Het konijn is in een vrij groot aantal vormen gedomesticeerd (tot huisdier gekweekt). Bij de gedomesticeerde vormen worden volgens de Nederlandse standaard de diverse rassen onderscheiden: zie Lijst van konijnenrassen. Het konijn werd in de Romeinse tijd gedomesticeerd. Eerst werd het dier gehouden voor het vlees en de vacht, later ook als gezelschapsdier. De Romeinen hielden het konijn in parkjes met hoge muren, de zogenaamde leporaria. Behalve volwassen dieren aten zij ook pasgeboren konijntjes, die als delicatesse werden beschouwd. In Middeleeuwse kloosters werd voor het eerst melding gedaan van kleurmutaties. Pas in het midden van de negentiende eeuw werden konijnen ook als hobbydier gehouden, waarbij er speciale konijnententoonstellingen werden gehouden. Pas na de Tweede Wereldoorlog is het konijn een populair gezelschapsdier.

huisvesting

huisvesting

De hokken die vaak in dierenwinkels en doe-het-zelf zaken worden verkocht zijn eigenlijk te klein om een konijn continu in te huisvesten. Konijnen hebben ruimte nodig om te rennen, te springen en te spelen, maar ook om voor elkaar weg te vluchten. Je kunt rustig uitgaan van minimaal 1 a 2 vierkante meter per konijn. Hokken die voor kippen gebruikt worden zijn met wat kleine aanpassingen vaak zeer geschikte konijnenhokken. De dierenwinkel hokken zijn overgens met toevoeging van een ren ook geschikt. Konijnen hebben de behoefte om te spelen. Ze zullen speelgoed erg op prijs stellen. Geschikt speelgoed is o.a.: een kartonnen doos met een gat erin (leuk om in te kruipen/bovenop te springen), lege w.c. rolletjes (om mee te gooien), een tennisbal aan een touwtje ophangen (om tegenaan te botsten), rotanballetjes (om te knagen en om te gooien), een oud telefoonboek (om te scheuren), een grote bak met aarde (om in te graven/wroeten), wilgentakken (om op te knagen), een stuk oud tapijt (om te krabben). Het speelgoed zal gesloopt worden, dan weet je zeker dat het konijn het leuk vind. Haal papier en kartonen speelgoed weg als het konijn het daadwerkelijk opeet, dit kan verstoppingen veroorzaken

Belgische konijnenrassen

Belgische konijnenrassen

Historisch zijn de Nederlanden grote exporteurs geweest van gedomesticeerde konijnen, zowel voor pels als in de vleeshandel. Dit komt tot uiting in de grote hoeveelheid verschillende rassen die in ons land worden gekweekt. De laatste 100 jaar is de populariteit van het konijn als slachtdier of bron voor bont sterk afgenomen. Bovendien is het veel economischer geworden om zich in de industriŽle kweek toe te leggen op groot-schaalrassen of albino's. De historische rassen werden dus opzij geschoven en bleven slechts in handen van een beperkt aantal hobbyisten. Sinds kort is er een noodkreet gerezen om dit levend erfgoed te beschermen. Speciale verenigingen houden zich bezig met wedstrijden en het instant houden van zeldzame populatie's. (zie ook lijst van konijnenrassen). ras afkomst Blauw van Sint-Niklaas Oost-Vlaanderen Blauw van Beveren Oost-Vlaanderen Vlaamse reus West-Vlaanderen Steenkonijn Vlaanderen Belgische haas Antwerpen Blauw van Ham WalloniŽ Parelgrijs van Halle BelgiŽ Belgisch Zilver Frankrijk/BelgiŽ Wit van Dendermonde Oost-Vlaanderen

versprijding

versprijding

Oorspronkelijk komt het konijn enkel voor op het Iberisch Schiereiland. Spanje heeft zijn naam te danken aan het konijn. Toen de PhoeniciŽrs rond de 11e eeuw v. Chr. het Iberisch Schiereiland bereikten, troffen ze daar veel konijnen aan. Omdat zij de dieren erg vonden lijken op de voor hen beter bekende klipdassen, gaven ze de streek de naam 'i-saphan-im', het land der klipdassen. Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot 'Hispania'. De Romeinen introduceerden het dier in het grootste deel van het Romeinse Rijk. Tegenwoordig wordt het in heel West-, Midden- en Zuid-Europa en Centraal-AziŽ aangetroffen op elk terrein waarin hij holen kan graven. Hij leeft van Zuid-Rusland en OekraÔne via Hongarije, TsjechiŽ, Duitsland, Denemarken en de Alpen tot de Benelux, Frankrijk, de Britse eilanden, ItaliŽ en het Iberisch Schiereiland. Ook in Zuid-ScandinaviŽ, Marokko en op enkele eilanden in de Middellandse Zee, als de Balearen, Corsica, SardiniŽ, SiciliŽ, Malta en Kreta, komt het voor. Ook in AustraliŽ komt het voor. Het wilde konijn leeft voornamelijk in graslanden, open weilanden, en heidegronden, liefst met een droge, losse, zanderige bodem. Ook komt hij voor in open bossen, de rand van landbouwgebieden en zandduinen. Het konijn mijdt naaldbossen. Een virusziekte, myxomatose, was er in de jaren vijftig de oorzaak van dat het dier op vele plaatsen is verdwenen. Later is dat aantal weer toegenomen, doordat meer dieren resistent werden tegen het virus.

mijn konijn

mijn konijn

ik hou van konijnen dus heb ik een konijn mijn zus ook haar konijn heet knuffeltje mijne heet brouwnie omdat ie bruin is ik hou al van konijnen sinds me hele leven toen ik 7 jaar werd kreeg ik een zwarte klein konijntje ik noemde hem swarsje ( rare naam) en toen kreeg ik schokie was de aller beste konijn die er was hij kon alles voetballen enz. en nu heb ik brouwnie hij is ook heel lief ik heb hem geleerd traplopen en hij kan nu ook voetballen ik vind het geweldig om konijnen kunsjes te leren ik hou ook van ze maar bij ons gaan ze altijd op een rare manier dood jammer genoeg 1. snorebaartje is bevroren naast de vijver 2. schokie is op gegeten door een wolf en 3 . is er gelukkig nog niet !!

ziekten en problemen

ziekten en problemen

Konijnen zijn heel kwetsbaar voor ziekten en dan vooral voor myxomatose en VHS, twee virusziekten. Als een konijn zo'n ziekte eenmaal heeft, is het meestal niet meer te redden. Tamme konijnen moeten dus ook ingeŽnt worden tegen deze ziekten: eenmaal per jaar tegen VHS en tweemaal tegen myxomatose. Er zijn ook enkele veel voorkomende problemen bij konijnen waaronder "olifantentanden". De tanden van een konijn groeien altijd door en een konijn slijt deze af door aan takjes en dergelijke te knagen. Wilgentakken zijn hiervoor het meest geschikt, aangezien het hout daarvan niet splintert. Dieren die niet voldoende te knagen hebben, krijgen zeer lange tanden, waardoor de dieren hun mond niet kunnen dichtdoen, wat de dieren verhindert te eten. De dieren zullen verhongeren als de tanden niet door bijvoorbeeld een dierenarts worden teruggeslepen. Tanden knippen (in plaats van slijpen) is niet geheel zonder gevaar. De tanden kunnen splijten of barsten en onstekingen met abcesvorming veroorzaken. Daarom is het beter ze af te slijpen. Het is nog beter om de tanden van het konijn te laten verwijderen door een dierenarts. Er moet dan wel rekening worden gehouden dat het voedsel van het konijn dan in kleine hapklare brokken wordt aangeboden. Een minder vaak voorkomend probleem bij te dikke dieren, oudere dieren en dieren die een onjuist dieet krijgen, is een klomp nachtkeutels die aan het achterste blijft kleven. Dit is te voorkomen door de konijnen het juiste dieet te geven. Mocht het toch voorkomen, is dit het best te verwijderen door het dier te badderen in een lauw waterbadje. Een bezoek aan de dierenarts is eveneens aan te raden, vooral als de keutels niet verwijderd kunnen worden. In de lente, zomer en herfst kunnen er maden op de uitwerpselen afkomen. In deze tijd moet er zeker naar de dierenarts worden gegaan, omdat het konijn anders van binnenuit wordt opgegeten.

leefwijze

leefwijze

Het konijn is een dagdier, maar bij veel verstoring overdag is hij over het algemeen 's nachts en in de schemering actief. Het konijn leeft van een grote variatie aan plantaardig voedsel: grassen, kruiden, loten, knollen, bast en akkergewassen als graan en kool. Ook eten ze hun eigen uitwerpselen (coprofagie). Zonder de mogelijkheid om zijn eigen keutels te eten zal een konijn binnen drie weken sterven. Het konijn leeft in grote groepen in een uitgebreid gangenstelsel. Het konijnenhol wordt meestal aangelegd in een heuvel of een andere helling, als een duin. De ingang heeft een diameter van tien tot vijftig centimeter. In Noordoost-Schotland legt hij ook "legers" aan, als een haas. Ze wagen zich zelden verder dan 400 meter van het hol af. Bij lage dichtheden leeft het konijn in paarverband, bij hoge dichtheden in groepen van ongeveer twintig volwassen dieren en hun jongen. Binnen zo'n groep vormen zich subgroepjes, bestaande uit ťťn tot vijf mannetjes en ťťn tot zes vrouwtjes. Zo'n subgroepje heeft zijn eigen graasplek, die hij meestal verdedigt tegen andere dieren. Binnen een groep heerst een rangorde, waarbij de dominante dieren de beste nesten betrekken, vlakbij het centrum van de kolonie. De jongen van dominante dieren staan later vaak ook hoog in de hiŽrarchie. Territoria worden gemarkeerd door geurklieren onder de kin, urine en hopen keutels. De dominante mannetjes binnen een groep hebben de grootste klieren en zijn verantwoordelijk voor het meeste markeren. Bij gevaar stampt het konijn met zijn achterpoten. Ze kunnen een topsnelheid van 40 km/u halen, maar houden dit niet lang vol. Het konijn kan zich het gehele jaar door voortplanten, maar de meeste jongen worden tussen februari en augustus geboren. Tussen september en oktober is het aantal konijnen het hoogst. Per jaar kan een vrouwtje drie tot zeven worpen krijgen, met een minimum interval van dertig dagen. Na een draagtijd van 28 tot 33 dagen worden drie tot twaalf (gemiddeld vijf) jongen geboren. Jongen worden geboren in een aparte ondergrondse nestkamer, die ligt aan het uiteinde van een ťťn ŗ twee meter lange gang. Het nest waarin de jongen worden geboren bestaat uit gras en mos en is bedekt met vacht uit de buik van de moeder. Onderdanige vrouwtjes leggen meestal simpelere holen aan waar de jongen worden geboren. Ze zijn bij de geboorte kaal en blind, en wegen 30 tot 35 gram. Na tien dagen gaan de ogen open. Ze worden 28 dagen lang gezoogd. Het moerkonijn bezoekt de jongen slechts vijf minuten per dag om ze te zogen. Het mannetje beschermt jonge konijnen tegen andere konijnen, die zich agressief kunnen gedragen tegenover vreemde jongen en deze zelfs doden. In gevangenschap komt het echter regelmatig voor dat het mannetje zelf de jongen doodt. Vrouwtjes zijn na 3,5 maand geslachtsrijp, mannetjes na vier maanden. Jongen die vroeg in het jaar geboren worden, kunnen zich nog hetzelfde jaar voortplanten. Het konijn wordt in het wild maximaal negen jaar oud. Tamme konijnen kunnen, mits goed verzorgd, wel 12 jaar oud worden.

Door Femkeee* i.s.m konijnen-liefhebbers.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 5 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?